Hondenleishmaniose is een ziekte die in principe alleen voorkomt in het zuiden van Frankrijk.
De ziekte is te
wijten aan het vermenigvuldigen van microscopische parasieten – genoemd
Leishmania-parasieten – waarvan een grote hoeveelheid wemelt in de witte bloedlichaampjes.
Deze
Leishmania-parasieten worden overgedragen op de hond dmv een steek van het
zandvliegje – en leiden tot uitéénlopende symptomen.
Het verloop van
de ziekte is over het algemeen langzaam en zal voor een sterke vermagering
zorgen die uiteindelijk tot de dood zal leiden.
Een
onafgebroken behandeling van de met de Leishmania-parasiet besmette hond remt
deze fatale afloop af.
De géografische
verspreiding van Hondenleishmaniose is gesitueerd in de gebieden waar het
overbrengende insect van de Leishmania-parasiet zich bevindt.
Hier is een
warm klimaat en een bepaald aantal graden vocht voor nodig, het zandvliegje is
waargenomen in de aanééngesloten départementen van de zuidkust en de ondiepen
vallei van de Rhône.
Niettemin lijkt
het erop dat Hondenleishmaniose zich de laatste jaren geleidelijk uitstrekt
naar de meer noordelijke regio’s; met name dankzij het verplaatsen van besmette
dieren (terugkerende vakantiegangers, hondententoonstellingen etc.).
Ín Europa is
Hondenleishmaniose ook te vinden in Italië, in Spanje en in Portugal. In deze
landen is praktisch elke regio besmet.
Het zandvliegje is een
klein insect van 2 tot 4 mm groot, met een harig lijfje en vleugels.
Hij beweegt
zich geluidloos voort. Hij leeft in de regio’s met heuvels tussen de 100 en 500
meter hoogte.
Overdag
verschuilt hij zich in de spleten van muren, in de holen van knaagdieren, vaak in
nabijheidvan een vochtig gebied (een bron, beek, put, fontein, etc.).
Vanaf de
avondschemering komt hij in actie gedurende de gehele nacht. Hij komt op
kunstmatig licht af, hij dringt de huizen binnen en vooral in de bijgebouwen
zoals garages, kelders, loodsen, hondenhokken, op plaatsen waar het vochtig is.
Het vrouwtje
(zij is de enige die prikt) zoekt om zichzelf te voeden een warmbloedig dier.
Men weet niet waarom maar ze voelt zich erg aangetrokken tot de hond die zij
meerdere keren prikt in de buurt van de snuit en de binnenkant van het oor.
Het hierbij
opgenomen bloed geeft haar de gelegenheid zicht te ontwikkelen en om eitjes te
leggen.
Wanneer het
zandvliegje een hond prikt die besmet is met de Leishmania-parasiet, dan slikt
het zandvliegje samen met zijn bloedige maaltijd, een hoeveelheid parasieten
in.
Deze
Leishmania-parasieten zullen zich vermenigvuldigen in het darmkanaal en
vervolgens omhoog komen tot aan de bek van het zandvliegje.
Op zijn minst
15 dagen zijn er voor nodig voordat het zandvliegje, na een besmette maaltijd,
op zijn beurt de ziekte zou kunnen overbrengen op een gezonde hond na het
prikken van de hond.
De vrouwtjes
van het zandvliegje zijn actief vanaf het einde van het voorjaar (mei/juni) tot
aan het midden van de herfst (oktober).
Het lokale
klimaat volgend, kan deze activiteit veel eerder aanvangen en veel later
eindigen.
Tijdens de
winterperiode is geen enkele levende volwassen zandvliegje zichtbaar, maar de
larven wachten de mooie dagen af, verscholen in de oneffenheden van muren.
Voordat de besmette
hond symptomen of letstel vertoont, kunnen er enkele maanden of jaren
verstrijken. Maar het grootste gedeelte van de gevallen is het mogelijk om,
zoals dat heet, een ‘inentingszweer’ waar te nemen. Dat wil zeggen een soort
verhoogde pukkel met een krater in het midden. Dit wondje vormt de enting van
de besmetting met de Leishmania-parasiet door het zandvliegje. Deze verschijnt
op zijn minst 3 maanden na de prik van het zandvliegje en ontwikkelt zicht in
een periode van 6 maanden tot de inentingszweer.
Vervolgens
kan men meerdere tekenen van de ziekte bij de hond waarnemen:
-
Haarverlies hoofdzakelijk rond de kop, de hals en de
borst;
-
Een sterkt ontharing rond de ogen waardoor de indruk wordt
gewekt tot een ‘bril’’;
-
De huid wordt droog en er zullen zich een grote
hoeveelheid huischilfers vertonen die met behulp van shampoo niet uitgewassen
kunnen worden;
-
Het stugger worden van de huid;
-
Het verspreiden van de zweren tot aan de poten, de oren of
tot aan de neus.
Tegelijkertijd
vermagert de hond: de spieren slinken zienderogend terwijl de hond zijn eetlust
behoudt.
De hond oogt
minder vrolijk en levendig; hij brengt de meeste tijd slapend door.
Deze
ontwikkeling, die meerdere weken aan zal houden, leidt tot ernstige
complicaties zoals onvoldoende werkende nieren, gewrichtsontstekingen en
opgezwollen zenuwknopen.
Indien behandeling uitblijft, zal de hond uitmergelen en zal in de meeste gevallen de dood volgen.
Er bestaan
eveneens vormen van afwijkende symptomen waardoor de diagnose van Leishmaniose
moeilijk is vast te stellen:
-
Een acute slechte werkingvan de nieren;
-
Een langzaam ontwikkelen van de ziekte met periodes van
verbering;
-
Bloedneuzen.
Deze verschijnselen
doen denken aan de ziekte terwijl een diagnose niet met zekerheid is vast te
stellen.
Het is
noodzakelijk een laboratorische diagnose te stellen waarneer vermoed wordt dat
de hond besmet is met de Leishmania-parasiet, pas na de diagnose kan een
redmiddel toegediend worden.
Alleen het
behandelen en voortzetten van de behandeling van de besmette hond kan de
ontwikkeling van de ziekte remmen.
Sinds 40 jaar
bestaat er een behandeling die slechts toegepast wordt bij de mens en bij de
hond.
Zodoende kunnen
de hedendaagse therapeuten een totale genezing van elk menselijk geval van
Leishmaniose verzekeren, dit geldt niet voor het genezen van de hond.
Dezelfde
behandeling die bij de mens wordt toegepast kan bij de hond niet leiden tot het
vernietigen van de Leishmania-parasiet. Vaak zal de hond in de ziekte terugvallen.
Wanneer de hond
vroegtijdig zwaar wordt behandeld, zullen de ziektesymptomen verdwijnen en kan
de hond een normaal leven leiden.
Langdurige
behandeling van series van 15 tot 20 injecties moeten met regelmaat herhaald
worden om het terugvallen van de hond in de ziekte te voorkomen.
Ook moet de
hond regelmatig serologisch en hematologisch gecontroleerd worden om de
ontwikkeling van de ziekte te volgen.
Wanneer de
ziekte te ernstig of te hardnekkig is, of wanneer de behandeling slecht
aanslaat of niet met regelmaat wordt toegepast, wordt het aanbevolen de hond te
laten inslapen.
In theorie is de
besmetting van de Leishmania-parasiet van de hond op de mens mogelijk.
In de praktijk
is dit nog nooit onderzocht.
Wanneer de mens
de normale hygiënische voorzorg van de hond in acht neemt en de hond bij
besmetting van de Leishmania-parasiet onder behandeling en controle van een
dierenarts staat, hoeft ment niet voor besmetting te vrezen.
Toch verhindert
dit het bestaan van Leishmaniose bij de mens niet.
Jaarlijks
worden tientallen gevallen van Leishmaniose bij de mens, voornamelijk rond het
Middellandse zeegebied ontdekt.
Deze ziekte kan
bij jonge kinderen en volwassen mensen toeslaan maar slaat voornamelijk toe bij
personen die besmet zijn met bijvoorbeeld AIDS.
Deze personen
zijn over het algemeen gestoken door het met de Leishmania-parasiet besmette
zandvliegje.
Een studie
uitgevoerd door het parasitaire laboratorium van de Faculteit van Marseille
heeft aangetoond dat van de 38 met Leishmaniose besmette personen er 18
personen geen hond bezitten; van de 20 personen die honden bezitten verkeren er
ruim 75 procent in goede gezondheid.
In een enkel
geval is het voorgekomen dat een met Leishmaniose besmette persoon ook in bezit
was van een hond die was aangetast met de Leishmania-parasiet.
Er bestaat op dit
moment nog geen vaccin tegen Leishmaniose die zicht voordoet in Frankrijk.
De enige
methode is om de hond preventief te beschermen tegen het zandvliegje.
Hang
muskietennetten op, haal de hond bij avondschemering naar binnen.
Het spuiten van
insecticiden in het hondenhok is een methode die een beetje kan helpen maar is
lastig om uit te voeren.
Halsbanden met
insecticiden en het inspuiten van de hond met een insecticide kan wel een
beetje helpen tegen het zandvliegje maar toch is de besmetting met Leishmaniose
helaas niet geheel te voorkomen.
Op dit moment
zal geen enkele insectenspray doeltreffend werken om Leishmaniose te voorkomen.
![]() |
||