DE SAARLOOS WOLFHOND

 

Dit hondenras heeft zijn naam ontleend aan de grondlegger, de heer LEENDERT SAARLOOS.

Leendert Saarloos wilde een hondenras fokken zonder degeneratie-verschijnselen en met een natuurlijke resistentie tegen allerlei ziekten.

Hoewel de heer Saarloos grote belangstelling had voor de erfelijkheidsleer (de wetten van Mendell) benaderde hij deze veelal vanuit praktische ervaringen

Voordat hij met het fokken van de Wolfhond begon heeft hij vele andere dieren met elkaar gekruist, zoals muizen, konijnen, duiven, enz.enz... Hij was in het bezit van o.a. een leeuwin, vossen, apen, een civetkat en een zadeljakhals, die hij ooit gekruisd heeft met een Keeshond.

Omdat juist de wolf veel van de door hem gewenste eigenschappen bezit koos hij dit dier als een van de stamouders van het door hem te creëren ras, de SAARLOOS WOLFHOND.

Hieraan ging veel experimenteren vooraf. Aan het begin van deze lange weg stond de Duitse Herder-reu GERARD VAN FRANSENUM   , samen met de wolvin FLEUR, die hij van Diergaarde Blijdorp kocht. Dit paar zorgde in de loop der jaren voor 28 nakomelingen, waarvan er door hem maar drie goed genoeg bevonden werden om mee verder te fokken.

Op aanraden van de bekende Nederlandse geneticus, wijlen Dr. L. Hagendoorn werd de broer aan de zusters gepaard. In 1963 bracht Leendert Saarloos, om de inmiddels hoog opgelopen inteeltfactor terug te brengen, nieuw wolvenbloed in via de wolvin FLEUR II.

Na veel teleurstellingen en tegenslagen kon de heer Saarloos zich erop beroepen een nieuw ras te hebben gecreëerd, t.w. de EUROPESCHE WOLFHOND.

In 1969 overleed Leendert en zette zijn toen 17 jaar oude dochter Marijke samen met haar (blinde) moeder zijn werk zo goed mogelijk voort.

De Europesche Wolfhond heeft zich een uitstekende blindengeleidehond getoond. Hij paarde immers de voorzichtigheid en het snelle reactie-vermogen van de wolf aan de aanhankelijkheid en trouw van ons oudste huisdier, de hond.

Ongeveer 300 blinden hebben van zijn diensten gebruik mogen maken. Hoewel sommige exemplaren aanleg vertoonden voor politiehond misten toch de meeste honden de hiervoor vereiste aanvalsdrift. Als redding- en speurhond waren zij meer geschikt en de BB (Bescherming Bevolking) te Dordrecht heeft hier dan ook dankbaar gebruik van gemaakt door hen o.a. op te leiden voor het opsporen vanonder puin bedolven slachtoffers en het redden van drenkelingen.

Door zijn betrouwbaar karakter is de Saarloos Wolfhond zeer geschikt als huishond.

Zijn uiterlijk en manier van lopen doen zeer sterk aan een wolf denken, wat hem tot een imposante verschijning maakt. Ten tijde van Leendert Saarloos werden de honden niet verkocht doch in bruikleen gegeven. Ging er iets mis of was de hond nodig voor de fok dan werd hij teruggehaald naar de kennel “DE KILSTROOM” in Dordrecht

Vanwege zijn grote verdienste werd de heer Saarloos benoemd tot ereburger van deze stad.

Op 5 juli 1975 werd de EUROPESCHE WOLFHOND officieel door de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland erkend en kreeg ter nagedachtenis aan zijn grondlegger de naam SAARLOOS WOLFHOND.

De raspunten werden opgesteld en deze kregen de goedkeuring van de F.C.I. (Federation Cynologique Internationale).

Na 50 jaar werd de aanvankelijk Europesche Wolfhond genoemde Saarloos Wolfhond een officieel erkend ras van Nederlandse bodem.

 

 

 

 

 

HET FOKKEN

De Saarloos Wolfhondteefjes zijn, evenals wolvinnen slechts eenmaal per jaar loops, sommigen pas voor de eerste maal op twee-  driejarige leeftijd.

Het is te begrijpen dat daarom de voortplanting van dit ras nooit zo snel kan gaan als bij andere hondenrassen, waar de teefjes meestal twee maal per jaar dekrijp worden, te beginnen op de leeftijd van ongeveer 7 maanden. Voeg hierbij de vaak zeer sterke voorkeur van de reu voor een bepaalde teef en het afwijzen door teven van sommige reuen, dan is het begrijpelijk dat een goed, gericht fokbeleid noodzakelijk is teneinde dit nog zo jonge ras op een vooral verantwoorde manier te laten voortbestaan.

 

 

Wanneer u eraan denkt een Saarloos Wolfhond in huis te nemen doet u er goed aan zich te realiseren dat een Wolfhond, door zijn recente afstamming van wilde voorouders, eigenschappen kan vertonen welke uw tolerantie vermogen op de proef kunnen stellen, terwijl u hem deze in onze ogen vaak vreemde gewoonten, niet aan kunt rekenen.

 

DE RASSTANDAARD VAN DE SAARLOOS WOLFHOND

Algemene verschijning:

De Saarloos Wolfhond is een krachtige wolfachtige, stokharige hond met een schofthoogte die bij de reu 65 tot 75 cm en bij de teef 60 tot 70 cm. mag bedragen.

Het ovale bot is krachtig, doch mag niet grof zijn.  Hij is harmonisch gebouwd en heeft lange benen, zonder de indruk te wekken van hoogbenigheid. Reuen en teven hebben een duidelijk verschil in verschijning en allure. De Saarloos Wolfhond hoort een beeld te geven van een oplettende voorzichtige en aanhankelijke hond, die zich gereserveerd gedraagt t.a.v. hem vreemde personen en omstandigheden, echter zonder vertoon van nervositeit. Tot de kenmerkende karaktereigenschappen van het ras behoort een onafhankelijkheid van optreden, die de Saarloos Wolfhond bij uitstek geschikt maakt tot het fungeren als geleidehond.

Hoofd:

Het moet een wolfachtige indruk maken en in grootte harmonieren met het lichaam. De schedel is breed en vlak met een lichte welving tussen de oren en verloopt geleidelijk wigvormig naar de ogen. Ook de zijkanten zijn vlak, zonder vertoon van bakken. De achterhoofdsknobbel mag niet opvallen. De overgang naar de krachtige goed gevulde voorsnuit bestaat uit een lichte stop. De afstand van neuspunt tot stop is nagenoeg gelijk aan die van stop tot achterhoofdknobbel.  De voorsnuit mag niet te spits zijn. De neus is breed en stevig en naar gelang de kleur van de vacht zwart of leverkleurig. De lippen zijn goed gesloten en hangen niet over. De Saarloos Wolfhond heeft een krachtig volledig schaargebit.

Ogen

Deze zijn middelgroot, amandelvormig, enigszins schuin geplaatst en bij voorkeur geel van kleur. De uitdrukking is oplettend en tevens gereserveerd, doch niet angstig.

Oren:

De staande oren zijn middelmatig groot en lopen vanuit een brede basis enigszins spits toe. Ze zijn vlezig, aan de binnenzijde goed behaard en enigszins schuin geplaatst.

Hals:

Deze is droog, gespierd en gaat geleidelijk over in de romp.

Romp:

De lengte is iets meer dan de schouderhoogte. De rug is recht en sterk, de lendenen krachtig gespierd en het normaal hellend kruis is niet te smal. De borstkas is breed met goed gewelfde ribben en niet dieper dan tot aan de ellebogen.

 

 

Staart:

Deze is vrij laag aangezet, wordt in rust sabelvormig gedragen en toont geen grote beweeglijkheid.  In actie en bij imponeergedrag kan de Saarloos Wolfhond de staart omhoog dragen.

Schouderbladen:

Lang, schuin geplaatst en goed aanliggend. De voorhand is goed gehoekt met rechte benen en veerkrachtige middenvoet. Een geringe buitenwaartse stand is toegestaan.

Achterhand:

Normaal gehoekt en krachtig gepierd. Lichte koehakkigheid is toegestaan.

Voeten:

Deze zijn enigszins ovaal, goed gesloten, met licht gebogen tenen en stevige veerkrachtige kussens.

Gangwerk:

Licht, ruim en soepel, doch voorzichtig, waardoor een snelle tempoverandering mogelijk is. Het gangwerk is zeer typisch en doet aan dat van de wolf denken.

Beharing:

Deze is stokharig met een zeer dichte wollige ondervacht en stevige dekharen, die langs de hals een duidelijke kraag vormen

Kleur:

De voorkomende kleuren zijn van licht tot donker geschakeerd zwart-wildkleurig, (zgn wolfsgrauw), van licht tot donker geschakeerd bruin-wildkleurig (zgn. Bosbruin) en zeer licht creme tot wit.  Andere kleuren zijn niet toegestaan. Bij de wolfsgrauwe honden dient de neus zwart te zijn, bij de bosbruine leverkleurig,  en bij de witte bij voorkeur zwart, alhoewel een vleeskleur bij deze exemplaren geoorloofd is.

Fouten:

Slappe oren en een stijve krul in de staart worden als ernstige fouten aangemerkt.